Aandacht
Deze sectie van de site behandelt een theorie over aandacht. Deze informatie is een samenvatting van het hoofdstuk Neuropsychologie en ADHD uit het Handboek Neurofeedback bij ADHD (Onder redactie van Martijn Arns, ISBN: 978 90 8850 107 4, uitgever WSP, 2010) geschreven door drs. D. A. Timmers. Voor meer informatie verwijzen wij u naar dit handboek.
Aandacht
Aandacht is een breed begrip. Er zijn een aantal verschillende vormen van aandacht, die van elkaar onderscheiden dienen te worden. In dit hoofdstuk zal de volgende indeling gehanteerd worden: vigilantie, orientatie, verdeelde aandacht, selectieve aandacht, volgehouden aandacht en anticipatie. Daarnaast is het belangrijk om de functie van aandacht in ogenschouw te nemen. Aandacht wordt vaak vergeleken met een zoeklicht, het helpt om de beperkte capaciteit van het brein daarop te focussen waar het nodig is, en de rest van de inkomende informatie uit te filteren (Halligan et al, 2003). Hiermee komen we direct op een tweede kwestie, is dit nu een onbewust filtering proces, of een bewust proces? Huidige inzichten leiden tot de conclusie dat er niet sprake is van een proces, maar van een continuüm wat zowel onbewust (bottom up) werkt, als bewust (top down) afhankelijk van de vorm van aandacht. Een volgend construct kan op aandacht toegepast worden:
| Anticipatie | ||
| volgehouden aandacht | selectieve aandacht | |
| Orientatie | verdeelde aandacht | |
| alertheid / vigilantie |
Alertheid en vigilantie
In dit model is alertheid een onbewust proces. Alertheid is een eigenschap van het autonoom zenuwstelsel, en bepaalt de algehele staat van alertheid van het brein. Het RAS (Reticular Activating system) systeem, ter hoogte van de pons, reguleert de algehele alertheid bij mensen. Verlaagde vigilantie kan onderliggend zijn voor ADHD bij een bepaalde subgroep van kinderen. Een verlaagde alertheid kun je zelf ook ervaren, bijvoorbeeld wanneer je langdurig aan een saaie taak zit, in een wat warme kamer. Dit heeft vaak een negatieve invloed op de alertheid, en daarmee op de aandachtfunctie. Je gaat dagdromen, zit niet op te letten, of je merkt dat je op de automatische piloot de taak doorgezet hebt zonder je gedachten erbij te hebben. Dit laatste is een interessant fenomeen en leidt ons direct naar de andere vormen van aandacht, orientatie en verdeelde aandacht.
Verdeelde aandacht en orientatie
Orientatie en verdeelde aandacht zijn twee min of meer onbewuste vormen van aandacht. Orientatie van aandacht is aangetoond door Posner in zijn onderzoeken naar automatische orientatie processen in aandacht. In de Posner verborgen aandacht taak, wordt de aandacht van mensen verborgen gericht op een ander punt van het scherm dan waar de focus van de ogen zich bevind. De proefpersoon krijgt de opdracht om de focus van zijn ogen midden op het scherm te houden. Posner en zijn collega s tonen in meerdere studies aan dat het proces van aandacht versneld wordt wanneer de participant vooraf een hint krijgt waar de relevante stimulus gaat verschijnen op het scherm, buiten zijn focusveld. Een hint in de verkeerde richting vertraagt de reactie snelheid significant ten opzichte van een neutrale hint. Deze resultaten ondersteunen de aanname dat het zoeklicht van de aandacht helpt in het versnellen van cognitieve processen (Gazzinga, Ivry, & Mangum, 1998).
Verdeelde aandacht maakt het mogelijk om twee of meer taken tegelijkertijd te doen, mits een van de twee taken routineus gedaan kan worden. Een voorbeeld is een intensief gesprek houden met je bijrijder, terwijl jij als bestuurder een bekende weg rijdt. Verdeelde aandacht is een afweging van het brein waar de beperkte hoeveelheid aandacht die beschikbaar is aan besteed wordt. In dit voorbeeld aan het gesprek, het auto rijden wordt gedaan op de zogenaamde automatische piloot . Dit is mogelijk wanneer een taak overtraind is. Echter, wanneer een overtrainde taak plotseling onderbroken wordt, kan dit gemerkt worden in de verdeelde aandacht taak. Opeens stokt het gesprek halverwege een zin, omdat er rode remlichten opflitsen bij de auto voor die van de bestuurder. Automatisch wordt de aandacht op een ander object dan het gesprek gefocust, in dit geval het verkeer. De afweging tussen automatische orientatie en verdeelde aandacht liggen dus dicht naast elkaar.
Selectieve aandacht en volgehouden aandacht
Selectieve aandacht is de mogelijkheid om de aandacht te focussen op een taak, gebied of functie, terwijl intussen andere stimuli genegeerd worden. Dit focussen van de aandacht is bekend uit onderzoek naar auditieve aandacht. Het cocktailparty effect is her het meest bekende voorbeeld hiervan, de mogelijkheid om je te focussen op een stroom van auditieve informatie (je gesprekspartner) in een wirwar van andere gesprekken op het feestje. Een opvallend fenomeen in het cocktail party effect, is het feit dat je het wel hoort als iemand anders jouw naam gebruikt in een gesprek. Er vindt een automatische verschuiving plaats van de aandacht naar de bron van de naam (orientatie). Zo is er continu sprake van een wisseling tussen verschillende functies van aandacht, deels bewust, deels onbewust.
Volgehouden aandacht is de mogelijkheid om langdurig aandacht te besteden aan een taak, en hangt nauw samen met de mogelijkheid om de aandacht te focussen. Vrijheid van afleidbaarheid is noodzakelijk, maar ook de mogelijkheid om langdurig alert te blijven. Dit laatste is soms voor mensen met ADHD een probleem. Volgehouden aandacht wordt ook vaak concentratie genoemd, en is een kern symptoom bij kinderen met ADHD. Vrijheid van afleidbaarheid houdt in dat het kind in staat is zijn focus te houden op de taak voorhanden, ook wanneer er afleidende stimuli voorkomen. Vrijheid van afleidbaarheid is daarmee een filtering proces, niet gewenste stimuli moeten uitgefilterd worden. Friedmann-Hill (2010) heeft onder andere deze hypothese getoetst in haar onderzoek. Zij veronderstelt in haar onderzoek dat afleidbaarheid bij kinderen met ADHD voortkomt uit een inefficient top down filtering proces in stimulus evaluatie. Zij veronderstelde in haar studie dat een moeilijker te onderscheiden stimulus ten opzichte van afleiders een verlate reactiesnelheid zou opleveren bij kinderen met ADHD ten opzichte van gezonde controles. De resultaten van haar onderzoek zijn echter tegenovergesteld aan de hypothese: kinderen met ADHD hebben een toegenomen respons tijd en maken meer fouten in de eenvoudige taak. Wanneer de afleiders bijna niet te onderscheiden zijn van de achtergrond, is de prestatie van de ADHD groep minder dan die van gezonde proefpersonen. Wanneer de afleiders echter in hoog contrast gegeven worden, en de taak dus moeilijker wordt, scoren kinderen met ADHD niet significant slechter dan gezonde proefpersonen. Zij bepleiten dan ook dat er niet zozeer sprake is van een verminderde top down controle op zich, maar voor het feit dat kinderen met ADHD de top-down controle pas later inzetten, namelijk wanneer de taak moeilijker wordt. Wanneer de taak relatief eenvoudig is, wordt de top down impulscontrole als het ware niet ingeschakeld. Er is een verhoogde drempel voor het inzetten van dit systeem bij kinderen met ADHD. Zij veronderstellen dat kinderen met ADHD in de makkelijke taak conditie, hun aandacht gaan verdelen over de moeilijker te onderscheiden afleiders. Wanneer de taak dus minder beroep doet op cognitieve capaciteiten, hebben kinderen met ADHD meer moeite met de taak. Dit is wat Friedmann-Hill betreft ook in lijn met andere onderzoeken die duiden op een verlaagde vigilantie bij kinderen met ADHD (Sander et al, 2010).
Anticipatie
Anticipatie is niet zozeer aandacht op zich, als wel een voorwaarde voor snellere informatie verwerking door de gerichte aandacht al voorafgaand aan het proces van informatie verwerking te richten op het object of gebied waar aandacht nodig is. Anticipatie is een bekend proces in motorische functies en neurofysiologische metingen (readiness potential) maar is ook van toepassing binnen aandacht en aandacht regulatie. Anticipatie is dus mogelijk een belangrijke functie in het proces van focussen van aandacht. Onderzoek naar anticipatie begon in 1960, met onderzoek naar SCP (Slow cortical potentials) in dieren en mensen (Van Boxtel & Bocker, 2004). Tegenwoordig wordt er veel onderzoek gedaan naar SPN (Stimulus Preceding Negativity) en CNVs (Contingent Negative Variations) in het EEG. Dit zijn speciale signalen waarneembaar in het EEG, wanneer het brein meer polariseert voorafgaand aan een komende stimulus. De meest bekende is de Readiness potential, waarneembaar over de contralaterale primaire motorische cortex, voorafgaand aan een beweging van de vinger. Oftewel, voordat u uw vinger beweegt, is het inzetten van deze beweging zichtbaar in het brein. Bij wijze van spreken zien we eerder in het brein dat u uw vinger wiklt bewegen, dan dat u uw vinger beweegt. Dit kan tot een seconde vooraf al bepaald worden, omdat het dan al mogelijk is deze voorbereiding in het brein waar te nemen (Gazzinga, 1998). Deze vorm van anticipatie is dus ontdekt en uitgebreid bewezen in beweging, maar ook in steeds meer andere gebieden omschreven, waaronder aandacht. U merkt het wellicht vaak genoeg bij uzelf, wanneer u bijvoorbeeld bij het stoplicht vast uw voet wat op laat komen van de koppeling om sneller weg te kunnen rijden. Dit is een anticipatie proces, waarbij u heel bewust uw aandacht richt op een verandering die gaat komen, evenals ook uw handelingen voorbereid om snel weg te kunnen rijden. Het lijkt op orienteren, en het is een bewuste vorm van orientatie van aandacht. Daarmee onderscheid anticipatie zich van orientatie, anticipatie is een meer keuze proces, waar orientatie een onbewust gestuurd proces is.